Eric Knopper. volgens veertien dagen de gelegenheid om schriftelijk verweer te voeren. Daarna volgt een bemiddelingszitting in het SER-gebouw in Den Haag, waarvoor zowel or als bestuurders worden uitgenodigd. markt I en markt II hebben ieder een vaste zittingsdag in de maand. Een zitting duurt gemiddeld een tot anderhalf uur. Er is geen wachtlijst: uitzonderingen daargelaten, komen de meeste verzoeken de volgende maand op zitting. Advocaten Tijdens de zitting komt meer dan eens niet alleen het ‘officiële’ onderwerp ter sprake, maar ook het achterliggende probleem. Een slechte verhouding tussen or en bestuurder bijvoorbeeld, of onvoldoende goede communicatie. Of, zoals markt I-voorzitter Marieke Audenaerde het formuleert: ‘De zaak van het verzoekschrift is vaak de druppel die de emmer doet overlopen.’ Audenaerde, in het dagelijks leven werkzaam bij werkgeversvereniging AWVN, probeert partijen altijd rond de tafel te krijgen. ‘Bemiddeling is ons primaire doel. Natuurlijk lukt het niet altijd om partijen tijdens de zitting al nader tot elkaar te brengen, maar het is al goed als we ze kunnen meegeven hoe zij het overleg in de toekomst beter kunnen structureren. Denk aan adviezen als: probeer vaker informeel overleg te hebben, houd elkaar op de hoogte.’ De Bedrijfscommissie in het kort            www.orinformatie.nl @informatief Vaak ontstaat er een gesprek, al was het maar omdat vreemde ogen dwingen. Maar een écht verstoorde verhouding kan de Bedrijfscommissie niet repareren, zegt Geelkerken. ‘Dan zeggen we: het lijkt ons verstandig als jullie een mediator inschakelen.’ Vooral bij markt I verschijnen er nog weleens advocaten op het toneel. Gek genoeg maken die de kans op succes niet altijd groter. Knopper: ‘De meeste advocaten benaderen het geschil puur juridisch. Maar de bemiddelingszitting is geen rechtszaak, waar een van beide partijen gelijk krijgt. Dat zou de vertrouwensband tussen or en directie juist kunnen schaden. Wij houden de zitting ook graag vrij informeel. Natuurlijk moeten partijen hun verzoek goed gedocumenteerd indienen en ook beargumenteerd weerwoord geven, maar we zien liever geen al te uitvoerige pleitnota’s.’ Geelkerken adviseert ondernemingsraden en bestuurders die een conflict hebben, zo snel mogelijk naar de Bedrijfscommissie te gaan. ‘Dan zijn de verhoudingen nog niet verhard en is er meer ruimte voor bemiddeling.’ Kantonrechter ‘De bemiddelingszitting is geen rechtszaak, waar een van de partijen gelijk krijgt’ Als de bemiddeling op de zitting niet slaagt, brengt de commissie een schriftelijk advies uit. Daarin staat hoe zij denkt dat partijen het conflict het beste kunnen oplossen. Brengt dit ook geen oplossing, dan kunnen partijen naar de kantonrechter. Hiervoor hebben zij dertig dagen de tijd. Op dit moment is de Bedrijfscommissie een verplicht station bij WOR-geschillen, maar vanaf 1 januari 2013 wordt het mogelijk om rechtstreeks naar de kantonrechter te gaan. Het idee hierachter is dat niet alle geschillen zich lenen voor bemiddeling, en dat het zonde is de Bedrijfscommissie aan het werk te zetten voor een formaliteit. Het wetsvoorstel – dat voortvloeit uit een SER-advies uit 2009 – ligt nu nog bij de Tweede Kamer, maar de verwachting is dat het snel aangenomen wordt. De vraag is natuurlijk wat de gevolgen zijn van het verdwijnen van de verplichte bemiddeling. Zullen ondernemingsraden en beMarieke Audenaerde. stuurders de Bedrijfscommissies ook vrijwillig weten te vinden? Knopper: ‘Het is lastig in te schatten, maar ik denk het wel. De procedure bij de kantonrechter duurt langer en kost geld. Onze procedure is laagdrempelig: partijen kunnen zonder advocaat op de zitting verschijnen en er zijn geen kosten aan verbonden. Dat zijn belangrijke voordelen.’ Volgens Borsboom is het wel nodig dat de Bedrijfscommissie bredere bekendheid krijgt. ‘Het komt voor dat mensen die al jaren in de or zitten, niet weten wie wij zijn en wat we doen. Of ze denken dat we een enorm hoogdrempelig juridisch college zijn. Daarom moeten we actiever de boer op en bijvoorbeeld presentaties geven bij or-congressen.’ Doorlooptijd Formeel heeft de Bedrijfscommissie twee maanden de tijd om een verzoekschrift te behandelen. Met instemming van de or en de bestuurder kan deze termijn met nog eens twee maanden worden verlengd. Gemiddeld bedraagt de doorlooptijd bij markt I 2,6 maanden en bij markt II 2,9 maanden. Knopper: ‘Daar zijn we tevreden over, maar in het kader van de permanente zelfverbetering proberen we de doorlooptijden nog korter te maken.’ Borsboom: ‘Het zou misschien sneller kunnen, maar we moeten geen concessies doen aan de zorgvuldigheid. Het kost nu eenmaal tijd om met vijf commissieleden de stukken te lezen, te wijzigen en te bespreken.’ Een ander goed voornemen is dat de Bedrijfscommissies gaan uitzoeken of de procedure aansluit bij de verwachtingen en wensen van partijen. ‘Nu krijgen we wel met enige regelmaat feedback, maar niet altijd en niet van iedereen. Daarom denken we aan een enquête’, zegt Geelkerken. Dit past in een tijd dat de Bedrijfscommissie afhankelijk is van vrijwillige inschakeling, aldus Borsboom. ‘Wil je als instituut bestaansrecht hebben, moet je weten wat de klant wil.’ OR informatie 12 | december 2012 ■ 27 Pagina 26

Pagina 28

Heeft u een lesmateriaal, digitaal bladeren of e-artikelen? Gebruik Online Touch: uitgave online maken.

OR informatie december 2012 Lees publicatie 1Home


You need flash player to view this online publication