Is een raad van werknemers een or? Een werknemer van Ormit vraagt zijn werkgever een or in te stellen die aan de eisen van de WOR voldoet. Ormit geeft hier geen gehoor aan. De werknemer stapt na een bemiddelingspoging bij de bedrijfscommissie naar de kantonrechter. De werknemer verzoekt de kantonrechter te bepalen dat Ormit gevolg moet geven aan de verplichting om een or in te stellen. Ormit stelt echter dat haar werknemers geen behoefte hebben aan een formele or. De bedrijfsstructuur zou zich hier niet goed voor lenen, aangezien maar een aantal werknemers een vast dienstverband heeft. Juist om die reden heeft Ormit (in goed overleg met haar werknemers) een ‘raad van werknemers’ opgericht. Er is een convenant gesloten dat voorziet in een vorm van medezeggenschap die beter past bij de aard van Ormit. Oordeel kantonrechter De kantonrechter stelt vast dat er binnen Ormit meer dan 50 personen werkzaam zijn. Ormit is dus grond van welke competenties de jobcoaches of werkcoaches tot arbeidsdiagnostiek in staat kunnen worden geacht. Het opheffen van het ADC is gemotiveerd met een te realiseren kostenbesparing van 169.750 euro. Uit de verschafte informatie blijkt in ieder geval dat het ADC ook in 2011 nog een betrekkelijk groot aantal opdrachten heeft uitgevoerd. Evenmin maakt de specificatie duidelijk wat de kosten zullen zijn van het verrichten van diagnostische werkzaamheden door de job- en/of werkcoaches of door ad hoc in te huren externe deskundigen. Door diverse maatregelen is een www.orinformatie.nl @informatief op grond van artikel 2 WOR verplicht een or in te stellen. De vraag is of Ormit heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen op grond van de WOR. In dit kader is de naam of vormgeving van het medezeggenschapsorgaan niet doorslaggevend, maar of (minimaal) is voldaan aan de rechten en bevoegdheden die op grond van de WOR aan het orgaan moeten worden toegekend. Na bestudering van het convenant oordeelt de kantonrechter dat Ormit niet voldoet aan hetgeen in de WOR is geregeld ten aanzien van de inrichting van een medezeggenschapsorgaan. Het standpunt van Ormit dat bij haar werknemers geen behoefte bestaat aan een or kan daar niet aan afdoen. Een peiling door middel van e-mail is volgens de kantonrechter een ander instrument dan het uitschrijven van verkiezingen. Door af te zien van een gekozen or, ontneemt Ormit haar werknemers de kans zich daarvoor kandidaat te stellen. Het standpunt van Ormit dat zij juist reële medezeggenschap beoogt en dat het formele kader van de WOR voor haar onderneming niet geschikt is, leidt (ook) niet tot een ander oordeel. De door Ormit geschetste praktische problemen bij het instellen van een or zijn niet onbegrijpelijk, maar de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing van de voorschriften van de WOR is voorbehouden aan de SER. De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer dan ook toe. Ormit moet een medezeggenschapschapsorgaan instellen dat voldoet aan de bepalingen van de WOR. Commentaar Een onderneming die krachtens de WOR verplicht is een or in te stellen, moet zich daaraan houden. Alhoewel de naam van het medezeggenschapsorgaan er niet toe doet, is het wel van belang dat het desbetreffende orgaan Inge Hofstee is partner bij Boontje Advocaten te Amsterdam. dezelfde rechten en bevoegdheden krijgt als opgenomen in de WOR, zo blijkt ook in deze kwestie. Slechts indien bijzondere omstandigheden een goede toepassing van de WOR in de onderneming in de weg staan, kan de ondernemer de SER op grond van artikel 5 WOR verzoeken ontheffing te verlenen voor het instellen van een or. Vanwege de terughoudendheid van de SER bij het verlenen van deze ontheffing was een dergelijk verzoek in deze zaak waarschijnlijk niet succesvol geweest. Kantonrechter Utrecht, 31 augustus 2012 situatie gecreëerd waardoor gedeeltelijk uitvoering aan het besluit is gegeven: de trainingswerkzaamheden die door het ADC werden verricht, zijn naar andere medewerkers van WML overgeheveld, en de ruimte van het ADC is verhuurd of herbestemd. Ook dat is niet in overeenstemming met de wettelijke regeling van het medezeggenschapsrecht. Dit alles leidt tot de slotsom dat WML bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Commentaar Dit is een voorbeeld van een procedure over een ‘klein’ onderwerp. De adviesaanvraag heeft betrekking op het vervallen van één functie. Als de ondernemer zonder voorbehoud daarover advies vraagt, zijn alle regels van het adviesrecht van toepassing, waaronder de toetsing door de Ondernemingskamer (zie art. 32 lid 4 WOR), ook als het mogelijkerwijs niet als een belangrijk voorgenomen besluit is te beschouwen op grond van art. 25 lid 1 WOR. De OK toetst de zaak vervolgens grondig. Als de onderbouwing is dat de functie moet verdwijnen omdat er geen werk meer is, moet de ondernemer duidelijk maken dat dit ook echt zo is. Daar is de ondernemer in dit geval niet in geslaagd. Hof Amsterdam (OK) 18 juli 2012, LJN: BX4168 Loe Sprengers is advocaat bij Sprengers Advocaten te Utrecht. OR informatie 12 | december 2012 ■ 37 Pagina 36

Pagina 38

Interactieve web folder, deze sportblad of vakblad is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het digitaal publiceren van digitale artikelen.

OR informatie december 2012 Lees publicatie 1Home


You need flash player to view this online publication